Stelsel
Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is verantwoordelijk voor het groen onderwijs in Nederland. Het volgt daarbij het algemeen onderwijsbeleid. Het groene onderwijs is in de algemene onderwijswetgeving geregeld.
Het groene onderwijs omvat voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo). Groen vmbo en mbo zijn in één instelling, het agrarisch opleidingscentrum (AOC), vereend. Daarnaast wordt groen vmbo als afdeling van een aantal scholengemeenschappen
verzorgd. Andere vormen van groen onderwijs, zoals het cursorisch onderwijs en het agrarisch praktijkschoolonderwijs, komen op deze site niet ter sprake. Het groene mbo kent twee verschijningsvormen, de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl).
Doel van het groene onderwijs
Het groene onderwijs heeft tot doel mensen duurzaam te kwalificeren voor de arbeidsmarkt en voor deelname aan het maatschappelijk verkeer. Hierbij wordt zo goed mogelijk aangesloten op de persoonlijke belangstelling en mogelijkheden. Het onderwijs richt zich inhoudelijk op de arbeidsmarkt die gerelateerd is aan het EL&I-beleidsveld. Duurzaam gekwalificeerd zijn voor de arbeidsmarkt houdt in dat men in staat is om op veranderingen in te spelen en bijscholing te volgen - niet alleen vanuit de landbouw en haar natuurlijke omgeving, maar ook in een maatschappelijke context. Het groene onderwijs draagt bij aan de kennis, vaardigheden en houding van (toekomstige) ondernemers en werknemers in de groene ruimte en de agrosector.
Integraal sectorbeleid
Het groen onderwijs past uitstekend in het integrale sectorbeleid van het ministerie van EL&I. Het is zorgvuldig ingebed in het kennissysteem van en voor de sector voedsel en groen en draagt bij aan kennisverspreiding naar -binnen het sectorbeleid- relevante doelgroepen op de diverse beleidsthema’s.
Het verzorgt, in nauwe samenspraak met de beroepspraktijk, opleidingen voor herkenbare beroepsgroepen in landbouw, voeding, natuur en milieu. Het integreert verschillende gebieden van wetenschap (zoals biologie, economie en teeltkunde). Deze integratie is een voorwaarde voor de koppeling van diverse beleidsthema's in het landelijk gebied (bijvoorbeeld ecologie, landbouw, recreatie en natuur).
Financiën
De instellingen voor groen onderwijs worden rechtstreeks gefinancierd door het ministerie van EL&I. De bekostiging vindt plaats op basis van de algemene onderwijswetgeving. De onderwijsuitgaven stijgen nog elk jaar als gevolg van het stijgend aantal studenten. Het grootste deel van de uitgaven (725 miljoen euro in 2008) bestaat uit personeelsuitgaven.
De collegegelden van de studenten worden geïnd door de instellingen. Lesgelden worden geïnd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in Groningen en verantwoord op de OCW-begroting.
Figuur 1: Uitgaven EL&I voor het groen onderwijs

Bron: OCW, Kerncijfers 2006-2010
Deelnemers en instellingen groen onderwijs
Deelnemers
De ontwikkeling van het aantal deelnemers in het groen onderwijs verschilt per niveau. De totale instroom in het groen onderwijs is de laatste jaren redelijk stabiel. Het groene vmbo laat na jarenlange groei, sinds 2006 een daling zien. In de onderwijssoort mbo-groen is een daling te zien in het aantal deeltijddeelnemers (bbl) en een steiging bij de voltijddeelnemers (bol). De deelname aan het groene hbo groeit na jarenlange lichte daling. Het aantal studenten aan het groene wo blijft stijgen.
Figuur 2: deelnemers groen onderwijs 2000-2010

Bron: OCW, Kerncijfers 2006-2010
Het aantal vrouwelijke deelnemers aan het groene onderwijs is het hoogst in de beroepsopleidende leerweg (bol). De laatste jaren is er een stijging waarneembaar in het aantal vrouwelijke deelnemers in de bol, het hbo en het wo.
Figuur 3: Aantal vrouwelijke deelnemers groen onderwijs 2003-2008 naar onderwijssoort : aantal x 1.000)

Bron: OCW, Kerncijfers 2006-2010
Instellingen
Het groen onderwijs wordt gegeven op een relatief groot aantal locaties. EL&I hecht zeer aan spreiding van onderwijsmogelijkheden, met name voor het voortgezet onderwijs in de landelijke gebieden, ook al is deze kostbaar.
Er is één instelling voor het wetenschappelijk groen onderwijs, te weten Wageningen Universiteit. Er zijn vier instellingen voor hoger groen beroepsonderwijs en een hogeschool met een groene afdeling, twaalf agrarische opleidingscentra (AOC's) met vmbo en mbo, een veertigtal vo-scholen met een groene afdeling en één ROC met een groene mbo-afdeling. Zie bij Instellingen voor een overzichtskaart.
Samenwerking
EL&I zet het vakdepartementale onderwijsbudget met name in om de kenniscirculatie met doelgroepen (bedrijfsleven, gebieden en burgers) te bevorderen. De kennisinstellingen in het groene domein van Nederland hebben sinds 1 april 2005, op initiatief van LNV, hun krachten gebundeld in de Groene Kennis Coöperatie. In deze Coöperatie werken de kennisinstellingen samen aan drie thema's: vernieuwing van het groene onderwijs, doorstroming en circulatie van groene kennis en het herijken van de ondersteuningsstructuur van het groene onderwijs.
De kennisinstellingen zijn ieder voor zich te klein om zelfstandig de noodzakelijke onderwijskundige vernieuwingen aan te kunnen. Daarnaast willen de kennisinstellingen de kennis beter en sneller beschikbaar stellen. Dat leidt tot innovatie, tot een betere ondersteuning van het EL&I-beleid en een goede aansluiting op de behoeften in de praktijk.
In juni 2006 hebben de minister van LNV en de GKC-partners een meerjarenafspraak gemaakt voor de periode 2006 - 2010. In juni 2010 is een hoofdlijnenafspraak 2011-2015 tot stand gekomen. Deze zal jaarlijks worden geactualiseerd in een kaderbrief. Die bepaalt de inzet van de middelen van EL&I. Instellingen worden gestimuleerd om gezamenlijk arrangementen voor kennis en innovatie te ontwikkelen met relevante actoren (m.n. bedrijfsleven, andere kennisinstellingen). De GKC-partners doen dat in het kader van meerjarige vraaggestuurde programma’s voor doelgroepen en EL&I-beleidsthema’s.
Via Groen Kennisnet wordt relevante kennis op maat ontsloten voor de diverse doelgroepen, met daarbij bijzondere aandacht voor door EL&I (mede) gefinancierde kennis.